Tijdens de commissie Sociale Zaken gisterennamiddag heeft minister van Werk David Clarinval op vraag van Vooruit-parlementslid Anja Vanrobaeys toegezegd bereid te zijn de achterpoortjes in de faillissementswet te sluiten om werknemersrechten beter te beschermen. Die belofte komt er na een reeks schrijnende dossiers waarbij multinationals faillissementsprocedures misbruikten om onder hun sociale verantwoordelijkheid uit te komen, met Tupperware Aalst als pijnlijk voorbeeld.
“Dit is een belangrijke eerste stap,” zegt federaal parlementslid Anja Vanrobaeys (Vooruit). “Te vaak zien we hoe grote multinationals eerst hun winsten veiligstellen, terwijl werknemers met lege handen achterblijven en de kosten van sluitingen worden afgewenteld op de sociale zekerheid en op de belastingbetaler. Dat onrecht moet stoppen.”
De sluiting van de Tupperware-fabriek in Aalst is daarvan een schrijnend voorbeeld. Tupperware Aalst was gezond en winstgevend. Nog het jaar vóór de sluiting werd 29 miljoen euro uit de Belgische vestiging versluisd richting Amerikaanse aandeelhouders. Daarna trok het Amerikaanse moederbedrijf plots de licentie in, liet het zijn werknemers maandenlang in onzekerheid achter en werd uiteindelijk het faillissement aangevraagd.
“De kosten van deze sluiting werden doorgeschoven naar de sociale zekerheid en dus naar de belastingbetaler, terwijl het bedrijf perfect in staat was die zelf te dragen,” aldus Vanrobaeys. “Zeker in deze moeilijke tijden, is dat onaanvaardbaar.”
De kern van het probleem is duidelijk: faillissementsprocedures worden misbruikt om werknemersrechten te omzeilen die normaal beschermd worden door de wet-Renault bij een bedrijfssluiting. Dat de minister nu expliciet aangeeft bereid te zijn deze achterpoortjes te sluiten, noemt Vanrobaeys “een doorbraak, maar geen eindpunt”.
“De sluiting van Tupperware is geen geïsoleerd incident. Als we niet ingrijpen, zal dit blijven gebeuren. Werknemers verdienen eerlijke regels, geen juridische trucs. Laat dat de les zijn die we trekken uit Tupperware.”




