Deel dit bericht op uw sociale media

Stad Aalst investeert in zwembad maar vergeet bushalte…

Oppositiepartij Groen Aalst reageert fel op het schrappen van de bushalte aan het zwembad en de buslijn naar Immerzeel wijk. “Er wordt 50 miljoen euro geïnvesteerd in de bouw van een nieuw zwembad, de bezoekersaantallen zullen verdubbelen, maar de rechtstreekse bushalte met het centrum van de stad verdwijnt, dit is een enorme gemiste kans,” aldus Groen raadslid Wantens. Het nieuwe vervoerregioplan dat in 2021 van kracht gaat krijgt kritiek van oppositiepartij Groen. Dat het nieuwe zwembad waar op termijn 500 000 bezoekers per jaar verwacht worden geen rechtstreekse bushalte meer heeft met het centrum van Aalst staat volledig haaks op de visie om duurzame vervoersmodi te stimuleren. Bij de bouw van het zwembad is door de gekende mobiliteitsproblemen in Aalst gekozen voor een beperkte autoparking, en de keuze voor duurzame en alternatieve vervoersmodi. Maar bij de opmaak van dit vervoerregioplan lijkt het alsof de stad i.s.m. De Lijn hiermee helemaal geen rekening heeft gehouden.

Ook het wegvallen van de busverbinding naar Wijk Immerzeel en Hof Zomergem kan op kritiek rekenen. Het aantal wooneenheden zal hier de komende jaren sterk toenemen en alle studies wijzen er op dat de bestaande wegen ( Immerzeeldreef  en Affligemdreef ) de bijkomende verkeerdruk niet aankunnen. Daarnaast heb je in de wijk ook de recreatiecluster Zandberg. Dat de buslijn in deze geschrapt wordt is dan ook totaal onbegrijpelijk, aldus Groen.

Een goed aanbod met regelmatige busverbindingen naar de deelgemeenten kunnen we alleen maar toejuichen. Maar van 12 stadsbussen per uur naar 6 en van 4 stadslijnen naar 1 is ondermaats voor een centrumstad als Aalst.

Met Groen vragen dat de schepen die Aalst vertegenwoordigd in de vervoerregioraad alsnog pleit voor aanpassingen. “Het plan dat volgend jaar in uitvoering gaat heeft meerdere hiaten. Wij vragen een buslijn die Het zwembad, de zandberg, en wijk Immerzeel verbindt met het centrum van Aalst besluit Wantens.

Cornelis Partners