Deel dit bericht op uw sociale media
Stad Aalst investeert in kwalitatieve kinderopvang en creërt extra plaatsen

Stad Aalst investeert in kwalitatieve kinderopvang en creërt extra plaatsen

Na een grondige analyse heeft het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekomst van de stedelijke kinderopvang.

Net zoals eerder voor het stedelijk onderwijs en de stedelijke zorg, moest ook hier een duidelijke en verantwoorde keuze gemaakt worden.

Het resultaat: de stad blijft actor door de huidige vier locaties slim te optimaliseren naar drie locaties. Daardoor dalen de werkingskosten en komen er 33 extra opvangplaatsen bij.

“Een maatschappelijk sterk verhaal waarbij we de continuïteit garanderen én extra capaciteit creëren”, zegt schepen van Ontwikkeling, Matthias De Ridder (N-VA).

De stedelijke kinderopvang stond voor een structurele financiële uitdaging. Om de werking op lange termijn houdbaar te maken, zocht de stad een oplossing voor een jaarlijks tekort van ruim 1,5 miljoen euro. Een grondig onderzoek bracht meerdere scenario’s in kaart. Resultaat: het college kiest voor het scenario dat het beste evenwicht biedt tussen budgetneutraliteit, inhoudelijke beleidssturing en maatschappelijk belang. De stad blijft zelf organisator van kinderopvang, maar hervormt de structuur grondig om de werking financieel en operationeel gezonder te maken.

Van vier naar drie locaties: efficiënter én groter

De kern van de vernieuwing is de gefaseerde omvorming van vier naar drie opvanglocaties. Door het aantal locaties te verminderen worden de personeelsnoden efficiënter ingevuld.

 Onze maatschappij is sterk veranderd. Vroeger konden kinderen veel meer bij grootouders terecht, vandaag zijn die vaak zelf nog aan het werk. De vraag naar opvangplekken is daardoor enorm gestegen. Uit het onderzoek blijkt dat onze stad een tekort heeft van minstens 140 opvangplaatsen, plaatsen die onmiddellijk ingevuld zijn als ze er waren. Elk kind zonder plek blokkeert ouders die willen en kunnen werken. In het onderwijs daarentegen hebben we juist overcapaciteit. We hebben enkele kleinere scholen gesloten die niet langer levensvatbaar waren. Die vrijgekomen locaties kunnen we nu inzetten om extra opvangcapaciteit te creëren. En daar zet het stadsbestuur nu resoluut op in: behoud en uitbreiding van kinderopvang.”, zegt Matthias De Ridder, schepen van Ontwikkeling (N-VA).

De stedelijke kinderopvang zal in de toekomst georganiseerd worden op volgende locaties: Sint-Job, ‘t Ooievaarsnest en Oogappel. Op termijn evolueert de stad naar een maximale opvangcapaciteit op deze (ver)nieuw(d)e locaties, die elk plaats bieden aan zes leefgroepen van achttien kinderen, waardoor de opvangcapaciteit van de stad van 291 naar 324 vergunde plaatsen (+33 plaatsen) stijgt.

Minimale impact op personeel en maximale continuïteit

Voor de gezinnen en het personeel brengt deze beslissing stabiliteit en continuïteit. De impact op het personeel is beperkt en zal zich hoofdzakelijk uiten in interne optimalisaties. Voor de huidige gebruikers verandert er operationeel niets aan de vertrouwde kwaliteit. Wel worden er, om de werking financieel te onderbouwen, enkele administratieve optimalisaties doorgevoerd. Zo wordt er een administratie- en facturatiekost van 4,71 euro per factuur ingevoerd en worden de boetes voor het niet of laattijdig verwittigen bij afwezigheid verhoogd.

Blik op de toekomst

Dit is een ambitieus project met enorme maatschappelijke impact. De stad bewaakt het evenwicht tussen financiële haalbaarheid en kwaliteitsvolle infrastructuur. Daarom wordt de stedelijke kinderopvang ondergebracht in de op te richten welzijnsvereniging.

 Keuzes maken is nooit makkelijk, maar met dit scenario slaan we twee vliegen in één klap. We bewaken de stadsfinanciën. Tegelijkertijd pakken we het acute tekort aan opvangplaatsen aan door al 33 extra plaatsen te creëren en willen we ondersteuning bieden aan externe partners die mee het tekort willen wegwerken. Dit is een zorgvuldige en toekomstbestendige beslissing, in het belang van onze kinderen, de ouders én onze medewerkers. Een voorbeeld voor Vlaanderen.”, zegt Christoph D’Haese, burgemeester (N-VA).

Cornelis Partners