“Na een grondige analyse door onze gemeentelijke diensten hebben we vastgesteld dat het MER op meerdere vlakken tekortschiet. Zo wordt de impact van het zware vrachtverkeer op zwakke weggebruikers onvoldoende onderzocht. Er wordt namelijk voorgesteld om het zware vrachtverkeer langs smalle landbouwwegen te sturen. Deze wegen worden echter intensief gebruikt door wandelaars, fietsers en schoolgaande jeugd. Dit zal dus onvermijdelijk voor gevaarlijke situaties zorgen. Dat dit onvoldoende onderzocht en onderbouwd is in het MER, weegt voor ons zwaar door”, legt schepen Jan De Nul uit.
“Ook op het vlak van geluid en trillingen zien we belangrijke tekortkomingen. Niet alle vormen van geluidshinder werden onderzocht en er werden geen trillingsmetingen uitgevoerd, terwijl die net relevant zijn gezien de bijkomende verkeersbewegingen. De voorgestelde milderende maatregelen, zoals een gronddam, bieden volgens ons geen oplossing voor de hinder die voornamelijk door het transport wordt veroorzaakt” zegt schepen Yves De Smet. “De aanvraag is ook in strijd met de principes van een goede ruimtelijke ordening. De Vlamovenkouter vormt een belangrijk deel van de schaarse open ruimte in Denderleeuw. De combinatie van zware ontginning en bijkomend vrachtverkeer zal leiden tot aanzienlijke hinder, vervuiling en veiligheidsrisico en dit wordt door de aanvrager onderschat in het dossier.”
“Ook bij de voorgestelde nabestemming van het gebied hebben we vragen. Voor ons is het belangrijk dat de toekomst de Vlamovenkouter duidelijk is, maar in het dossier zien we tegenstrijdige scenario’s gaande van landbouw tot natuur en recreatie. Daarnaast werd ook het nulalternatief, waarbij geen bijkomende ontginning en opvulling plaatsvinden, onvoldoende grondig onderzocht. Tot slot is het belangrijk om te vermelden dat de aanvrager, Vandersanden Steenfabrieken, al over een geldende omgevingsvergunning tot 2034 beschikt. Met de huidige omgevingsvergunningsaanvraag wordt een bijkomende vergunning voor een periode van 20 jaar gevraagd. Het gebrek aan duidelijkheid, gecombineerd met de grote impact op mobiliteit en leefomgeving, maakt dat wij dit dossier niet kunnen ondersteunen. We willen het gebied niet opnieuw langdurig belasten met dergelijke activiteiten”, besluit schepen De Nul.
Het advies van Lokaal Bestuur Denderleeuw wordt nu overgemaakt aan de deputatie van de provincie Oost-Vlaanderen, die bevoegd is voor de verdere behandeling en uiteindelijke beslissing.




