Dankzij deze ingrijpende werken zijn de belangrijkste structurele elementen van het historische familiehuis nu volledig hersteld.
Hierdoor kunnen unieke delen van het monument eindelijk weer opengesteld worden voor het publiek, nadat ze om veiligheidsredenen jarenlang gesloten bleven. En ook de monumentale druivenserre is in haar historische luister hersteld en vormt opnieuw een echte blikvanger.
Vlaams minister van Onroerend Erfgoed Ben Weyts bracht vandaag een bezoek aan het domein om de historische mijlpaal te vieren.
Uniek, bekroond erfgoedensemble
Huis Beaucarne in Ename, een deelgemeente van het Oost-Vlaamse Oudenaarde, is sinds de bouw in 1748 onafgebroken in handen van dezelfde familie. Hierdoor is niet alleen het authentieke interieur bewaard gebleven, maar herbergt het Huis ook een zeldzame en nagenoeg intacte verzameling van kunstvoorwerpen, archieven, een historische tuin en unieke druivenserre. Dit vormt een erfgoedensemble dat zijn gelijke in Vlaanderen en Europa nauwelijks kent. De enorme inspanningen en de duurzame visie van de afgelopen jaren bleven niet onopgemerkt. Huis Beaucarne werd de voorbije jaren bekroond met maar liefst 4 prestigieuze erfgoed- en restauratieprijzen. Een buitengewone erkenning voor de zorgvuldigheid waarmee het domein wordt bewaard en ontsloten.
Herstel van de historische serres
Huis Beaucarne onderging nu de meest omvangrijke restauratie in meer dan 275 jaar. Naast het woonhuis zelf onderging ook de voormalige orchideeënserre, die vandaag dienstdoet als theehuis, een ingrijpende gedaanteverwisseling. De muren en funderingen werden vanaf de basis heropgebouwd. Ook de karakteristieke arcadebogen, die destijds werden geïnspireerd op de 18de eeuwse ruïnetuinen, zijn minutieus gereconstrueerd.
Het absolute hoogtepunt en kroonjuweel van deze restauratiecampagne is echter de monumentale druivenserre. Dit is de enige bewaarde 18de eeuwse druivenserre in Europa die nog beschikt over levende, pre-phylloxera druivenranken en een volledig geschilderd trompe-l’œil in een gestreept tentmotief — een weerspiegeling van de 18de eeuwse fascinatie voor het exotisme. De serre verkeerde in een uiterst zorgwekkende toestand en stond op instorten. De funderingen en beide verdiepingen werden daarom volledig gerestaureerd met maximaal respect voor het historische ontwerp. De serre kent een ingenieus historisch concept: op de benedenverdieping overwinterden vroeger de appelsienbomen, terwijl op de bovenverdieping de druivenranken vlak tegen het plafondwerden geleid voor een optimale rijping. Dankzij de restauratie schittert dit Europese unicum weer in volle glorie.
Een immense krachttoer met zware eigen investering
Dit grootschalige project werd gerealiseerd dankzij de gewaardeerde financiële steun en expertise van Toerisme Vlaanderen en het Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed. Het redden van dit unieke monument bleek een enorme logistieke en financiële uitdaging. Om de eindstreep te kunnen halen en het voortbestaan van de site definitief te garanderen, heeft de familie achter Huis Beaucarne zelf een gigantische financiële meerkost bekostigd. Zonder deze zware, persoonlijke investering was de voltooiing van het project onmogelijk geweest. De ingrepen waren broodnodig om het uitzonderlijke erfgoed veilig te stellen voor de toekomst. De funderingen van het hoofdgebouw werden gedeeltelijk vernieuwd, de dragende constructie werd volledig hersteld en het gebouw werd voorzien van een doorgedreven isolatiestructuur. Dankzij deze werken zijn de historische vertrekken vanaf nu weer veilig toegankelijk voor bezoekers.
“Huis Beaucarne is uniek erfgoed in Vlaanderen en zelfs Europa. Het is dan ook een fraai uithangbord voor het Verhaal van Vlaanderen, én dat van Oudenaarde. Bezoekers kunnen er niet alleen het verleden ontdekken in bijvoorbeeld de monumentale druivenserre, maar ook genieten van een zomers terras in een prachtig historisch decor”, zegt minister Ben Weyts.
“Dit is een voorbeeld van hoe erfgoed opnieuw tot leven komt en mensen fier op dat van hier maakt. Het is ook een mooi voorbeeld van hoe eigenaars hun erfgoed zelf in handen nemen en er zelf in investeren. De Vlaamse Overheid geeft dan graag een duwtje in de rug, maar we hebben ook echt gewone burgers en families nodig die ons erfgoed mee in ere houden” .




