In deze cursus ligt de nadruk op onder meer spelling, woordenschat, uitspraak, uitdrukkingen, cultuur en geschiedenis van het Aalsterse dialect. Daarbij gaat de aandacht vooral naar het traditionele, historische of ‘oud’ Aalsters dat generaties lang van mond tot mond werd doorgegeven.
Tijdens het examen werd eveneens een eindwerk gepresenteerd dat maximOilsjt focust op het hedendaagse of ‘nief’ Aalsters. Het uitgangspunt is dat een bevraging in heel Aalst en alle deelgemeenten, in alle straten en van huis tot huis, zou resulteren in een opvallende top tien van vertalingen vanuit het Algemeen Nederlands naar het hedendaagse ‘nief’ Aalsters. Hoe zegt men vandaag in het Aalsters …
Hieronder de gepresenteerde © maximOilsjt 2026 top tien:
- Wij investeren volop in de toekomst. → Aal ’t geldj es op.
- Vrijdag frietdag. → Go je goi mé moi nen Dürüm gon eiten?
- Aalst dé winkelstad. → D’n helft van de Meilestroot en de Zaatstroot stoo leig begot.
- De korste weg van de Grote Markt naar het Station. → ‘k Hem weiral ghiel ’t stad moeten arond roin.
- Mijn zuster werkt in de thuisverpleging. → Mè zister redj na mé nen dikken Porche en mé ne Ferrari.
- Erfgoed zit in ons DNA. → Na willen ze toch wel de Zwerte Maan verplosjen, alla!
- Het stadsbestuur levert goed werk af. → De scheipenen, die hemmen hier na ne kir niet te zeggen.
- Op de spoed daar komt het goed. → A B of Czorg: doktoers, dor zitj dor gienen ienen sikkeleer boi.
- Ik ga even naar het toilet een grote boodschap doen. → ‘k Gon mè nen broinen sjal gon zitten broin.
- ’t Ros Balatum gaat mee in de carnavalstoet. → Ghiel Deiremonne es on’t schrien.
Of het Attest Aalsters binnen is voor iedereen, zal blijken op het einde van deze maand, wanneer de cursisten met een bang hartje naar de proclamatie trekken.
Op de foto zien we de examencommissie en de cursisten die deelnamen aan deze eerste examenzitting van de Oilsjterse Les.




