“Sinds het begin van deze legislatuur heeft het Vlaams Belang Denderleeuw op bijna iedere gemeenteraad het verdwijnende Vlaams karakter van de gemeente ter sprake gebracht. Wie dacht dat de N-VA en hun schepen van Vlaams Karakter het tij zouden doen keren, blijkt al bijna twee jaar lang bedrogen uit te komen. De verfransing en vervreemding gaan alleen maar verder. Hoog tijd voor een echt taalmeldpunt”, stelt het gemeenteraadslid Brent Van de Winckel.
“Op de gemeenteraad van juni gaf het Vlaams Belang het gemeentebestuur drie maanden de tijd om een taalmeldpunt op de website in te richten. Via dit taalmeldpunt, dat in andere gemeenten al bestaat en zijn nut bewezen heeft, kunnen burgers melding maken wanneer zij Frans in het straatbeeld opmerken. Zo’n taalmeldpunt is meer dan nodig: heel wat huizen en appartementen worden “a vendre” aangeboden, reclame op sociale media en in de brievenbus blijkt vaker tweetalig of enkel in het Frans opgesteld te zijn,… De lijst is bijna eindeloos.”
“Momenteel kunnen burgers via de website al meldingen doen over de openbare ruimte, aangereden dieren en dergelijke meer. Om verfransing aan te kaarten bestaat er echter nog geen mogelijkheid, tenzij zeer omslachtig via een algemeen meldingsformulier.”
Met een taalmeldpunt stelt het Vlaams Belang een maatregel voor die geen extra financiële kosten met zich meebrengt en drempels weghaalt om melding te maken. “Volgens de burgemeester zijn er geen problemen wanneer er geen meldingen zijn. Als er geen meldpunt is, zijn er natuurlijk ook geen meldingen, terwijl iedere Denderleeuwenaar weet dat er heel wat taalproblemen zijn in deze gemeente.”
“Het Vlaams Belang is blijkbaar de enige partij die het Vlaams karakter van onze gemeente wil beschermen en zal op de gemeenteraad van september een voorstel tot besluit indienen om een taalmeldpunt op de website in te richten indien er door de schepen van Vlaams Karakter niks ondernomen wordt. “Het gemeentebestuur en de N-VA hebben vandaag nog 50 dagen de tijd om zelf een initiatief te nemen”, besluit Brent Van de Winckel.




