Duizenden snoepajuintjes werden de enthousiaste massa in gegooid. Wie in de wikkel ook een nummertje vond, heeft recht op een mooie prijs. En natuurlijk hoopt iedereen om de hoofdprijs te vangen. Die eer was dit jaar weggelegd voor Gilian Verhoeve. De elfjarige wint een gouden juweeltje ter waarde van 2 350 euro, vervaardigd door Christophe Waterinckx.
“Is dit echt?”, vraagt papa Arnout Verhoeve twijfelend wanneer hij een papiertje met daarop de nummer één laat zien. Groot was zijn verbazing toen bleek dat zijn zoontje Gilian de Gouden Ajuin had gevangen. “Vorig jaar vonden we ook een nummer één, maar toen bleek het om een vals exemplaar te gaan. Nu hebben we meer geluk.”
Gilian komt samen met zijn vader en broertje Joran – die enthousiast meehielpen om ajuintjes te vangen – al jaren naar de bezemdans van De Aalsterse Gilles en de Ajuinworp. Het gezin mag dan wel in Erpe-Mere wonen, ze voelen zich toch Aalstenaar, zegt vader Arnout. “Wij zijn uitgeweken Oilsjteneers en Gilian loopt school in Nieuwerkerken. Mijn nonkel baatte jarenlang de carnavalswinkel Liebaut uit, en mijn broer is voorzitter van de carnavalsgroep LossendeirDeVeirdeirDeir. We zijn dus een echte familie van carnavalisten.”
Ontwerp met verborgen verwijzing
Het Gouden Ajuintje is een ontwerp van Christophe Waterinckx uit Erembodegem. Hij maakt het gegeerde juweeltje – als overtuigd carnavalist – al eerder in 2009 en 2015. “Het juweeltje is gemaakt uit 18 karaats goud. “Door de hoge goudprijzen, is het juweeltje zo’n 2 350 euro waard. Dat is best veel, maar ik wilde geen toegevingen doen op mijn ontwerp. Het werd een pin met daarop een lachend ajuintje die een lampekap op zijn hoofd draagt, zoals een voil jeanet. Inclusief bewegende franjes, een nachtmerrie op technisch vlak, maar ik ben wel blij met het resultaat.”
Het ontwerp is niet enkel vernieuwend, het verbergt ook een boodschap. “Ikzelf ben lid van de carnavalsgroep Bjein Treizen. Op de achterkant van de pin staat de inscriptie ‘BT26’. Ik ben blij te zien dat het juweeltje in handen van een jonge carnavalist terechtkomt. Ik hoop dat hij het koestert en later op zijn beurt doorgeeft aan een volgende generatie.”
Afbeelding: copyright Stad Aalst




