Het museum pakt uit met een grote Cirk! tentoonstelling. Naast de vele kostuums, hoeden, schoeisel en attributen, belichten we de ontwerpers die creaties maken voor de spektakels, en dit aan de hand van patronen, foto’s en dvd’s. De verschillende tendensen naargelang de discipline (clown, ruiter, acrobaat…) staan in de kijker. We geven een evolutie sedert het eind van de 18e eeuw, en bekijken de ‘mode’ in de spektakelwereld met de Hollywood-invloed van de jaren 30, het functionele karakter, het moderne karakter en het ‘retro? accent van nu.
In deze tentoonstelling willen we de tendensen, de evolutie en vooral het specifieke aspect van het circuskostuum aantonen. Van de militaire trend eind 18de eeuw (circus-uitvinder Philip Astley was een ex-militair), naar de romantische (de tutu, overgenomen uit de balletten van Maria Taglioni) en later de exotische look (oosterse invloeden) in het begin van de 20ste eeuw. Reeds in 1859 echter vond Jules Léotard de trapeze uit in het Cirque Napoléon (thans Cirque d’Hiver, Bouglione). Zijn trapeze zwiert nog steeds over menig circuspiste en het (bescheiden) kostuum dat hij droeg, een collant die nauw aansloot aan het lichaam en dat door alle acrobaten ook vandaag gedragen wordt, heet nog steeds een ‘Léotard’. Het specifieke aan een circuskostuum is dat het in principe voor dat ene bepaalde nummer ontworpen wordt.
Niet alleen de motieven, veeleer de kwaliteit van de stof (bv. stretch, transparant) en vooral de opbouw van het patroon zijn van groot belang (bv. ruime beweging van de mouw bij een vest). Bij een kopstand mag de broekspijp niet afzakken (riem rond de voet), bij jongleurs mogen geen fantasietjes aan het kostuum hangen om de vliegende rekwisieten niet te storen, een ‘slangenmens’ moet een aansluitend maar vooral soepel kostuum dragen, een trapeze-acrobaat moet vrij kunnen bewegen… En het kostuum van de clown moet blinken als geen ander, moet autoriteit uitstralen en hem allure geven.
Dat van de August daarentegen is “oversized” en lijkt me het meest comfortabel … En vermits het circuskostuum ‘op maat’ gemaakt wordt zijn er enkele gespecialiseerde ‘huizen’, couturiers eigenlijk van het spektakel. Met uitzondering van een schoenenzaak in Berlijn (Striska) en tot voor kort een couturier in dezelfde stad (Kurt Märzke) bevinden ze zich allemaal in Parijs.
Het oud-huis C. Vicaire, dat later ‘Véronèse’ heette en dat thans met succes door mevr. Caroline Valentin geleid wordt, is de specialist terzake wat betreft parels, tubes, diamanten en pailletten. De Franse academici zijn er trouwens ook klant voor de ‘broderies’.
En het ‘Maison Clairvoy’ dat schoenen voor koorddansers, clowns en dansers ontwerpt is uniek in haar genre. De ateliers van mevr. Février in Montmartre voorzien o.a. de “Moulin Rouge” en tal van ijsrevues van pluimen. Het huis ‘Strass2000’ ontwerpt juwelen die blinken als geen ander en ‘Jeancel’ is de hoedenmaker voor dansers en jongleurs …
We hopen dat de tentoonstelling informatief is en dat iedereen bij een volgend Circusbezoek even stilstaat bij het artiestenkostuum. Functioneel, aangepast aan het nummer en vooral oogstrelend…zoals Circus hoort te zijn!




